09
sep
2019
In: Pensioen

Een beetje vreemde titel voor een artikel over pensioen. Maar voor Rechtbank Rotterdam onlangs wel de grote vraag. Met als inzet de nota welke het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Zoetwaren had gestuurd naar een onderneming. Voor de betreffende onderneming dus echt wel wezenlijk wat het antwoord van de rechtbank op deze vraag is.

Commentaar

Wetgeving
Op basis van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds (Wet BPF) zijn ondernemingen die in een bepaalde (gespecificeerde) bedrijfstak werkzaam zijn verplicht zich aan te sluiten bij het in die bedrijfstak werkzame pensioenfonds. Het Verplichtstellingsbesluit van het pensioenfonds geeft de definitie van de betreffende bedrijfstak.

Indien een onderneming zich niet aansluit bij het van toepassing zijnde pensioenfonds bouwen de werknemers, op basis van een uitspraak van de Hoge Raad in 2012, wel pensioenaanspraken op bij dit fonds. Een en ander op basis van het geldende pensioenreglement. De wetgever biedt aan het pensioenfonds dus ruime bevoegdheden om te zorgen dat ze van alle werkgevers in hun bedrijfstak ook de verschuldigde premies ontvangt.

De betreffende casus
De betreffende casus ziet op het Pensioenfonds voor de Zoetwaren en een onderneming welke zich bezighoudt met het produceren van pannenkoeken en poffertjes. Naar de mening van het pensioenfonds staat dit gelijk aan het “fabrieksmatig bloem en/of andere grondstoffen verwerken tot koek”. Het verwijst hierbij naar de definities van Van Dale en Wikipedia. Hieruit zou volgen dat pannenkoeken en poffertjes kwalificeren als een soort koek. De onderneming betwist dit en voert aan dat pannenkoeken en poffertjes qua aard, toepassing, ingrediënten, bereidingswijze, uiterlijk en smaak geen koek zijn.
Naar de mening van de rechter zijn pannenkoeken en poffertjes volgens algemene maatschappelijke opvattingen geen koek. Zowel wat betreft de toepassing, de uiterlijke verschijningsvorm, de structuur en de smaak als naar samenstelling en bereidingswijze zijn er essentiële verschillen. Pannenkoeken (en poffertjes) zijn gerechten die worden gegeten als lunch of avondmaal en koek is een tussendoortje. Pannenkoeken zijn zachte producten en koek is een stevig droog product. Ook de ingrediënten zijn anders en de bereidingswijze zeer zeker. Pannenkoeken zijn zogenaamde keuken- c.q. restaurantproducten en worden gebakken in de pan of op een hete bakplaat. Koek is een bakkerij- c.q. zoetwarenproduct en wordt gebakken in de oven. Verder zijn pannenkoeken beperkt houdbaar en liggen ze in de supermarkt bij de (gekoelde) kant-en-klaarmaaltijden. Koek is een lang houdbaar product en ligt doorgaans op de afdeling “brood, ontbijtgranen en tussendoor”.

Het pensioenfonds probeert het nog op basis de ingrediënten. Ook hier ziet de rechtbank voldoende verschillen waar het gaat om de hoofdbestanddelen en de bereidingswijze om de onderneming in het gelijk te stellen. Conclusie van de rechtbank is dus dat pannenkoeken en poffertjes geen koek zijn.

De praktijk
De gedachte achter het fenomeen bedrijfstakpensioenfonds was om concurrentie binnen de bedrijfstak op basis van de arbeidsvoorwaarde pensioen te voorkomen. Verder was het doel om alle werknemers binnen de bedrijfstak van een (goed) pensioen te voorzien. De casus laat zien dat van deze doelstelling doorgaans niet veel meer over is. De betreffende onderneming had namelijk voor zijn werknemers een eigen pensioenregeling getroffen bij een verzekeringsmaatschappij. Dus de belangen van de werknemers stonden bij het standpunt van het pensioenfonds niet voorop. Verder had het fonds eerst geoordeeld dat de onderneming niet onder de werkingssfeer viel om hier twee maanden later op terug te komen.

Het lijkt er dus op dat pensioenfondsen, mede op grond van de genoemde uitspraak van de Hoge Raad, streven naar zoveel mogelijk aangesloten, en dus premiebetalende, ondernemingen. Dit komt niet overeen met de hiervoor genoemde doelstelling. Voor de praktijk betekent dit dat werkgevers zich niet altijd zomaar moeten neerleggen bij een oordeel van een bedrijfstakpensioenfonds. Tevens laat de casus zien dat de financiële belangen enorm zijn. In dit dossier ging het om een premievordering van 8,5 miljoen euro.

Conclusie

Het doel van bedrijfstakpensioenfondsen is op zichzelf helder. De enorme berg aan jurisprudentie over de werkingssfeer van deze fondsen laat zien dat niet elk verplichtstellingsbesluit voldoende helder is om de bedrijfstak af te kaderen. Voor een werkgever dient het namelijk, gelet op de verstrekkende gevolgen, duidelijk te zijn dat hij onder de werkingssfeer van een verplichtstelling valt.

Het valt te verwachten dat in deze casus het pensioenfonds beroep aantekent tegen het oordeel van de rechtbank en hiermee lopen de kosten voor verweer tegen de claim van het pensioenfonds voor de onderneming aanzienlijk op. Ook het pensioenfonds maakt aanzienlijke kosten om zijn gelijk te halen. En deze gaan ten koste van het beschikbare pensioenvermogen van de wel aangesloten deelnemers.

Dit artikel is geschreven door &Gommer Pensions Group
Meer weten? Klik hier voor meer informatie

Geen reactie mogelijkheid